Unit economics: wat één station werkelijk verdient
Groeicijfers zijn altijd geflatteerd. De vraag die bepaalt of je netwerk overleeft is kleiner en harder: verdient één station, op één locatie, zijn kosten terug en blijft het daarna verdienen? Dat is unit economics, en de rekensom past op een bierviltje.
De omzetkant
Neem een conservatieve Europese basis: 2 verhuringen per station per dag met een gemiddelde besteding van €2. Dat is grofweg €120 per maand per station. Een topplek verdrievoudigt het; een zwakke plek halveert het, en precies daarom is meten per station belangrijker dan netwerkgemiddelden.
De kostenkant
- Omzetdeel locatie: doorgaans 10–30% van de verhuuromzet, soms in plaats daarvan een vast maandbedrag.
- Betalingsverwerking: rond 1,5–3% plus vaste kosten per transactie, afhankelijk van je acquirer.
- Software: je platformabonnement, verdeeld over alle actieve stations.
- Veldwerk: af en toe herverdelen, schoonmaken, versleten powerbanks wisselen; klein per station in een dicht netwerk, pijnlijk in een verspreid netwerk.
Terugverdientijd, eerlijk berekend
Met hardware tegen fabrieksprijzen verdient een middelgroot station plus powerbanks zijn kosten bij de basis hierboven doorgaans in 6–12 maanden terug, sneller op sterke locaties. Reken ook het pessimistische geval door: bij 1 verhuur per dag rekt de terugverdientijd tot voorbij 18 maanden, en dat vertelt je dat een zwakke locatie geen kwestie van afwachten is, maar een reden om het station te verplaatsen.
De drie knoppen waarmee je het getal verzet
Eén: bezetting. Een station verplaatsen van een dode hoek naar een drukke bar is gratis omzet. Twee: gemiddelde besteding. Dagmaxima en evenementenprijzen verhogen die zonder gebruikers af te schrikken. Drie: hardwarekosten. 15% korting bedingen op je stationsprijs verkort de terugverdientijd met weken. Al het andere is in vergelijking ruis.
Maak er een gewoonte van: bekijk maandelijks een ranglijst per station, verplaats het onderste deciel, en het gemiddelde van je vloot volgt vanzelf.
